Acta est fabula

Mijn schreeuw zou ongehoord blijven, mijn aanwezigheid vergeten.
‘Nee!’ riep ik nog, maar het mocht niet meer baten.
Als in slowmotion zag ik hoe hij zijn arm uitstak en mij een fatale duw gaf.
‘Nee!’ schreeuwde ik.
Hij duwde me naar de rand toe. De afgrond was me niet ontgaan. Ik bevond me op huiveringwekkende hoogte, en er was niets dat ik kon doen. Dit was het, realiseerde ik me. Dit was het einde.
‘Laat me los!’
Hij keek me aan. Geen glimlach, geen frons. Geen enkel teken van leven. Voor ik er erg in had greep hij mijn arm.
‘Daar ben je eindelijk…’
Hij liep recht op me af. Langzaam naderden we elkaar, stap voor stap. Het onaangename gevoel dat mij zo plots overviel, werd met de seconde groter. Ik sloeg rechtsaf en vloog zo hard ik kon het bos in. Op gevoel rende ik terug naar mijn auto. Hijgend kwam ik tot stilstand, en met bevende handen zocht ik mijn sleutels.
‘Daar ben je eindelijk…’
Hij keek me aan. Geen glimlach, geen frons. Geen enkel teken van leven. Voor ik er erg in had greep hij mijn arm.
‘Laat me los!’
Hij duwde me naar de rand toe. De afgrond was me niet ontgaan. Ik bevond me op huiveringwekkende hoogte, en er was niets dat ik kon doen. Dit was het, realiseerde ik me. Dit was het einde.