Eeuwigheid, voor even

Het haardvuur verwarmde zijn handen, hoewel die koud en levenloos over de toetsen vlogen. Geen uitgestippelde route, geen bestemming. Slechts een stemming, die tevergeefs naar woorden zocht. Zijn blik op oneindig, hoewel hij niet wist wat dat oneindige eigenlijk zijn kon. Vergankelijkheid, dat was de kracht die zijn handen keer op keer in beweging bracht. […]

Verblind

In mijn haast val ik. Natte aarde plakt aan mijn handen. Ik sta op. Achter mij klinkt het gekraak van bladeren op de grond. Voetstappen, zacht maar aanwezig. Ik zie geen hand voor ogen. Wankelend zigzag ik door het bos. Nadenken kan ik niet. Op gevoel ren ik zo hard als ik rennen kan, tot […]

Sine sole sileo

Toen ik de voordeur opende, zag ik hem in eerste instantie over het hoofd. Niet uit onwil, maar simpelweg omdat zijn lengte en houding hem maakten tot een buitengewoon onopvallende verschijning. Dat gold echter niet voor zijn snor, een eigenaardig geval dat zonder terughoudendheid om aandacht schreeuwde. De kleine man keek me hoopvol aan. Zwijgend, […]

Dis Manibus

De zware deken van mist die al dagen en nachten over de vallei hing, trok zich langzaam terug. Eindelijk. Gildas bleef staan en keek peinzend naar het grauwgrijze wolkendek. Het zei hem ondanks zijn opluchting vrij weinig, merkte hij. Geen woord van troost, geen op hem neer kijkende Almachtige. Dat laatste zou hem niet verbaasd hebben, maar […]

Enzo

Piazza Navona, daar ontmoette ik ‘m. Hij had een rond brilletje op zijn neus, een baard, een ogenschijnlijk ME-TERS-LANGE sjaal om, een filterloze sigaret in zijn linkerhand en een potlood in zijn rechterhand. Hij zat op een krukje en zette de contouren van een forse dame op papier. De vrouw, bijgestaan door een kleine en […]

Sìth

Daar zat je, op een verwaarloosd houten bankje aan de rand van het bos. Het was een sombere herfstdag, een donderdag die niemand zich zou herinneren. Bladeren en modder versierden de paden die mensenhanden in het eeuwenoude natuurgebied hadden geforceerd. Minstens twee keer was ik het bos al doorgeglibberd, meer uit rusteloosheid dan uit liefde […]

Morpheus

Schemering heeft de zon verdreven. De nacht is onderweg. Met alle kracht die ik nog in me heb, baan ik me een weg door de dichtbegroeide wildernis. Warme rode tranen storten langs mijn arm ter aarde. De pijn beneemt me de adem en ik ruik mijn ondergang. Een raaf zweeft hoog boven mij, door de […]

Verstreken

Terwijl de laatste tonen van Schumanns Gesänge der Frühe vervliegen, zijn haar ogen gesloten. Nee, dichtgeknepen. Haar hoofd achterover, rustend tegen de onbarmhartige muur die van niets dan wat sierpleister is voorzien. Sierlijk is het niet, maar dat geldt voor de gehele ruimte en iedereen daarin. Om nog niet te spreken van de urinegeur die alles doordringt, als een […]

Onderweg

Tussen bladeren en bomen heb ik geen woorden nodig. Geen verlangen naar transformatie van dat wat pijnlijk, lelijk, is. Tussen bloemen, gras en vogels heb ik geen methoden nodig Om de wolken te verdrijven. Er is geen duisternis. In de wind, door regendruppels, laat ik voetstappen achter. In de modder, slechts voor even. Is dat […]