Chiyo (deel 2)

Chiyo dacht nog vaak terug aan dat moment. Zijn hart lag verborgen onder een onzichtbare deken van stilte. Gedwogen zwijgzaamheid die wel degelijk voelbaar was. Ook al was hij nu volwassen: die kleine jongen, die ver voorbij de horizon keek, was hij nooit vergeten. Het was hetzelfde jongetje dat schaamteloos danste en even hartstochtelijk kon lachen als huilen.
De tranen verdampten echter, in de hitte van de strijd, en de stralende lach maakte plaats voor een beleefde glimlach. Beschaafd en gespannen was het dansje dat hij heel gering deed. Stiekem, zodat niemand het zou zien. Chiyo stond voor iedereen klaar en de mensen om hem heen waren dol op hem.
‘Chiyo is een lieverd’, zeiden ze. ‘Hij klaagt nooit en je kunt altijd bij hem terecht. Altijd!’
Ook zijn humor werd alom geprezen, evenals zijn luisterend oor.
‘Het is harde werker,’ zei men bewonderend. ‘En een knappe vent!’
Wanneer de complimenten en goedkeurende knikjes echter naar de achtergrond verdwenen, deed de leegte zijn allesoverheersende intrede. In zijn spiegelbeeld herkende Chiyo niets meer dan een leugenaar. Soms vroeg hij zich af wie die man eigenlijk was. ‘Hoe kan ik die man gelukkig maken?’ vroeg hij zich peinzend af. ‘Hij is niet gelukkig.’
Chiyo bestuurde de lege ogen, die hem onophoudelijk aankeken.
‘Je bent niet gelukkig, dat zie ik,’ mompelde hij machteloos. ‘Ik weet soms eerlijk gezegd niet eens meer wie jij bent…’
In zijn spiegelbeeld doemde plots de ontwapenende glimlach van het kleine jongetje op. Geen herinnering nu, maar een beeld dat heel werkelijk aandeed. Het jongetje lachte hem toe en stak zijn hand uit. Chiyo bestudeerde het kleine handje, dat zo zonder angst kon geven.
‘Ik ben je nooit vergeten,’ fluisterde hij het jongetje toe.
‘Dat weet ik,’ antwoordde die.
Hij stak zijn tong uit en grijnsde. ‘Jij bent zo serieus!’
Chiyo haalde zijn schouders op. ‘Het leven is een serieuze zaak. Het is niet makkelijk.’
Het jongetje ging op de grond zitten en leek even na te denken.
‘Je bent me nooit vergeten, maar je moest me wel veranderen. Ik was niet goed genoeg en moest serieus en slim en groot worden…’
Chiyo knikte. ‘Het spelen was leuk, maar dat kon toch niet eeuwig duren?’
Hij zat tegenover het jongetje en keek hem aan.
‘Ik moest me aanpassen om te kunnen overleven. Jij zag de wereld door een prachtige roze bril, maar een roze bril kan ook heel gevaarlijk zijn.’
Het jongetje keek op.
‘Maar…’
Hij aarzelende even. ‘Ik ben blij en jij bent serieus en verdrietig. Is blij zijn gevaarlijk?’
Chiyo keek in de liefdevolle ogen van het jongetje, die langzaam weer veranderden in de lege ogen die hij herkende als de zijne.
‘We waren blij,’ fluisterde hij. ‘Jij en ik.’
De man in de spiegel knikte. ‘Waarom moesten we dat afleren?’
Hij wreef in zijn ogen.
‘Dat hoefde niet,’ klonk het plots, en Chiyo herkende de liefdevolle stem direct.
Hij bekeek zijn spiegelbeeld, dat bewegingloos voor hem stond.
‘Je moest juist heel veel leren, zoals ieder mens. Wat je nu voelt is het gewicht van al die kennis, al die zogenaamde wijsheid en volwassenheid. Je hoefde niets af te leren,’ sprak de stem van zijn hart. ‘Alle prachtige eigenschappen die je bezat, en nog steeds bezit, raakten echter bedolven onder het gewicht van al die ervaringen.’
Het bleef even stil.
‘Nu je dat alles in je hebt opgenomen, kun je het gaan afleren Chiyo. Dat is de hele clou! Het was helemaal niet bedoeling dat je er zo in zou opgaan…’