Continuüm

Hij zat op de grond. Zijn handen over zijn oren, zijn ogen dicht. Niet in staat toe te laten wat er op hem werd afgevuurd. Lang niet alles was bedreigend, veel zelfs verre van, maar die wetenschap veranderde niet de schade die het in hem aanrichtte. Het was onzichtbaar, maar alleszins voelbaar. Het beet, brak, sloeg en stak.
De herrie sliep niet, vierde geen vakantie. En de duizelingwekkende fragmentjes, die samen vormden wat men ‘het leven’ of ‘de werkelijkheid’ noemde, waren continu in beweging. Nooit een aangenaam bevroren werkelijkheid, slechts een regen van waanzin, een onophoudelijke storm.
DINGEN MENSEN GEBEURTENISSEN WOORDEN OGEN VERWACHTINGEN VRAGEN TWIJFELS OORDELEN INDRUKKEN ANGSTEN ZOEKEN LOPEN VOORUIT ONZEKER ONBEKEND VOORUITGANG ONDERWEG WANKEL VALLEN OPSTAAN KEUZES GEDACHTEN GEVOELENS DELEN ONRUST PRATEN BEDENKEN BLIKKEN KIJKEN UITLEGGEN RENNEN JAGEN WOORDEN LETTERS ZINNEN BOODSCHAPPEN SCHREEUWEN HERRIE DOORGAAN DENKEN VOELEN ZIEN BEGRIJPEN BEREIKEN ERVAREN VERSTOPPEN VERDRINGEN VERDWIJNEN VERLOREN VERLIEZEN VERGAAN WEGRENNEN DOORGAAN
Hij keek op.
Er was niets veranderd.
Alles veranderde, nog steeds. Steeds opnieuw.

Lees ook: