Dans van duisternis (deel 2)

(accelerando)
‘Het is tijd,’ fluisterde hij.
‘Tidididididididididi… tidididididididididi… tiiiidiiiidiiiidiiiiidiiiidiiiidiiiidiiiidiiiidiiiidiiii…’
De klanken vlogen over mijn lippen, terwijl ik mijn oren bedekte en mijn ogen sloot. Ze galmden ongenuanceerd door de steriele kamer. Steeds weer. En weer. En weer. Alsof dat mij beschermen zou. De melodie verwelkte, transformeerde tot ijskoude stilte. De zomer bevroor, vervloog, en het was alsof met de klanken ook de wereld ophield te bestaan. Alsof ook ík niet langer bestond. Helaas kon ik mij niet warmen aan die illusie. Mijn bonzend hart schreeuwde me de waarheid toe. Ik bestond nog altijd en de duivel ook.
‘Het is tijd dat je sterft…’
Ik huiverde. Hij lachte, een angstaanjagende lach. Traag zag ik zijn handen op me afkomen. Steeds iets dichterbij. Vuile nagels. Lange nagels. Steeds dichter bij mij. Ze werden secuur rond mijn keel opgesteld, de handen, zodat ze met relatief weinig moeite veel schade zouden kunnen toebrengen. Mijn dood, dat was het doel. De duivel was er klaar voor. Ik niet, maar ik beefde en had niet langer toegang tot het gezond verstand. Ik beefde en wachtte verdoofd tot het moment dan eindelijk komen zou.