De illusie van het ‘zelf’

De illusie van het 'zelf'Gepubliceerd in Spiegelbeeld, november 2009

Als jij naar mij kijkt, zie je iemand anders dan degene die ik zie als ik in de spiegel kijk. Wanneer ik een foto van mezelf zie, herken ik mijn eigen vertrouwde gezicht soms nauwelijks. We hebben dat allemaal regelmatig, dat we onszelf niet herkennen of het beeld dat we hebben van onszelf plotseling anders lijkt te zijn. Hoe komt het dat we als mens beschikken over zo’n beperkte visie en waarom zien we onszelf afwisselend negatiever en positiever dan we in werkelijkheid wellicht zijn of gezien worden?

De mens kan niet alles zien en niet alles zijn. We kregen ons lichaam, vroegen daar niet om en hebben weinig invloed op bepaalde aspecten van onszelf. Of we onszelf horen praten of onze stem beluisteren als we op televisie zijn of op de radio, maakt een wereld van verschil. Het klinkt anders, niet zoals we onze eigen stem kennen. Zo is het ook met het beeld van onszelf. We voelen ons misschien stoer of angstig, we zien onszelf als een eigenaardige verschijning of iemand met een mooi lichaam. Dat beeld klopt echter niet altijd met degene die je ziet, als je jezelf bekijkt op een foto of video.

Maakbare werkelijkheid
De werkelijkheid is maakbaar, veranderlijk en tijdelijk. Ook wij zijn als mens aan verandering onderhevig. We worden ouder, krijgen rimpeltjes en al als we jong zijn beginnen die veranderingen. We kijken naar de wereld vanuit ons eigen hoofd en onze geest maakt dat wat we zien tot werkelijkheid, maar wie kan ons vertellen wat echt is? Is de stem die wij tijdens een gesprek waarnemen onze echte stem? Of horen we onszelf pas goed als we een geluidsopname beluisteren? Is degene met wie je praat de persoon die jouw werkelijke geluid leert kennen of ken je jouw geluid zelf het beste?

Als ik in de spiegel kijk, zie ik mezelf; mijn vertrouwde gezicht dat ik dagelijks zie. Ik zie echter meer dan dat, want ik ben gedurende de dag getuige van mijn gedachten, mijn angsten en gevoelens. Ik zie meer dan de buitenwereld ziet als ze mij bekijkt en mijn beeld van wie ik ben zal dus verschillen van de indruk die een ander krijgt. Die gedachte kan best beangstigend zijn, want wie zijn we als we zoveel verschillende mensen zijn. Indrukken, rimpels op het water, een zuchtje wind. Wie zijn we werkelijk, als iedereen een andere indruk van ons heeft? Wie ziet de werkelijkheid zoals die is: jij of ik? Of wellicht, niemand.

Zijn wie we willen zijn
Er zijn mensen die werkelijk kunnen veranderen in een geheel ander persoon. Men noemt dat een dissociatieve identiteitsstoornis, maar op een kleinere schaal hebben we daar allen last van. Soms zijn we de vrolijke versie van onszelf, soms degene die niet kan leven met het leven, soms vluchten we misschien in roken of alcohol, afleiding en andere mensen. We kennen als mens stemmingen en dat maakt leven ook levendig. Allemaal zenden we een beeld van onszelf uit naar de buitenwereld en allen willen we iemand zijn, het maakt niet eens heel veel uit wie die ‘iemand’ is. Natuurlijk hebben we voorkeuren en zijn we misschien graag iemand die meedogend is, spontaan of levenslustig. Misschien willen we iemand zijn die er altijd voor anderen is of iemand die leeft alsof elke dag de laatste kan zijn. Een avonturier, een geliefde moeder, een hardwerkende vader of trotse oma.

We willen zoveel zijn en de mogelijkheden om een ander te zijn groeien hard. We kunnen op internet een ander persoon zijn, een afbeelding kiezen die ons presenteert aan de buitenwereld. We kunnen een facelift ondergaan en ons lichaam laten veranderen. We kunnen cursussen volgen op het gebied van dingen die wij graag anders zouden willen zien. Steeds meer is mogelijk, maar toch blijven we op zoek naar de kern van ons wezen, ons ‘zelf’. Daar ligt dan ook de moeilijkheid, want we willen iemand zijn – iemand die voldoet aan al onze wensen, en de wensen van de buitenwereld – en tegelijkertijd willen we de persoon die daaronder schuilgaat leren kennen.

Illusie van het wezen
Het is interessant om je eens af te vragen wie die persoon is, daar onder de oppervlakte van aardse zaken. Zit daar wel een persoon, iemand met eigen kenmerken en angsten? Zit daar een ziel, die tijdelijk huist in het lichaam dat je gegeven werd? Wie is toch diegene die observeert en alles ziet gebeuren? Wie is die toeschouwer, als jij praat? Ben jij het zelf? Kun je praten en luisteren tegelijk? Of bestaan we uit twee delen, waardoor de dualiteit in dit bestaan mede in stand wordt gehouden?

Daar ligt misschien wel een deel van het antwoord, want tegenstellingen kenmerken ons bestaan. Er is een ‘ik’ en een ‘jij’, een binnen- en buitenwereld. het is afwisselend donker en licht, warm en koud. Allen hebben ze elkaar nodig om te kunnen bestaan, om opgemerkt te kunnen worden. Wij zouden vele zaken niet opmerken als we niet uit meerdere delen zouden bestaan. Als we in dat geval praten, kunnen we niet tegelijkertijd horen wat we zeggen. We kunnen er geen waarde aan toekennen, de essentie niet bevatten. Juist doordat er een toeschouwer is én degene die je ‘ik’ noemt, kun je ervaren, reageren en beleven. Je wisselt ze af en soms ben je toeschouwer, soms degene die actie onderneemt. Je bent een beeld dat de buitenwereld ziet en je bent degene die je zelf denkt te zijn. Achter het spiegelbeeld huist een energie die zich voortbeweegt, die luistert en toekijkt. Het is deel van jou, maar niet wat je ‘ik’ noemt. Het is niet wie je bent. Het spiegelbeeld zelf is ook maar een deel van wie je denkt te zijn, het dekt niet de gehele lading. De verschillende delen, die maken je tot een ‘ik’, zoals we dat zeggen als we spreken over onszelf. Maar een ‘ik’ is niets dan een benaming voor een substantie, een manier om naar iets te verwijzen.

De buitenwereld is een weerspiegeling van ons innerlijk
De wereld is zoals onze gedachten zijn, wordt er weleens gezegd. Een prachtig citaat. Het dekt de hele lading. Of de wereld nu werkelijk bestaat of eigenlijk fungeert als een soort film, hij is en blijft zoals onze gedachten op dat moment zijn. We zien duisternis, als we ons angstig of eenzaam voelen en licht wanneer we blij zijn. We zien wantrouwen of vertrouwen, mogelijkheden of beperkingen. Het ‘zelf’ is een illusie, omdat het ongrijpbaar is, aan verandering onderhevig en vergankelijk. We zien onszelf anders dan we door de buitenwereld worden waargenomen. Zelfs als je, zoals men dat zegt, werkelijk ‘ergens voor staat’, een mening hebt en iemand compleet wil onderdompelen in de persoon die jij bent, dan nog zal dat onmogelijk blijken. Zowel jij als de ander zullen nooit alles kunnen zien, omdat onze geest in beperkte mate kan zien en interpreteren.

Misschien is dat ook wel de schoonheid van het leven en bovendien het grootste mysterie van het bestaan. We leven allemaal met onszelf, denken we, maar in feite leven we dagelijks met een illusie van ons ‘zelf’. Die illusie kan elke vorm aannemen die jij op dat moment geschikt acht, en hoe het ook zij: ooit zal de illusie die jij ‘ik’ noemt toch vergaan. Het is een tijdelijk vorm, maar het biedt ons op dit moment de mogelijkheid om te zijn wat we maar willen zijn. Het gaat er dus misschien niet eens om dat we de essentie van onszelf leren kennen, maar meer dat we de mogelijkheden verkennen die dit bestaan ons biedt. Ons leven is eindig, tijdelijk, dus waarom zouden we ‘iemand’ moeten zijn? Als je je bewust wordt van de illusie, kun je besluiten je te richten op hoe jij die illusie wilt vormgeven. Dat is de waarheid over onze universele illusie, de illusie die we hebben van ons ‘zelf’.

Voor het nieuwe boek van Deniece Wildschut, Illusie van de waarheid, zie: www.deniecewildschut.nl