De schemering voorbij

Ik keek op, en om me heen, maar ik zag niets dan spoken: illusoire producten van een creatieve geest. Huiverend sloot ik mijn ogen, alsof dat helpen zou. De beelden drongen zich onveranderd aan mij op, hoewel de grens tussen droom en werkelijkheid met gesloten ogen duidelijker waar te nemen was. Mijn hart bonsde onophoudelijk, schreeuwde me toe dat ik het goed zag, dat ik gelijk had. Dat het echt was.
Ik keek op en om me heen, maar ik zag niets dan hersenschimmen. En welke vorm ze ook aannamen, donker of licht, spookachtig of magisch mooi en helend, ze waren altijd echt. En, ik had altijd gelijk.