Diedoetwaarzezininheeft

‘Chiyo!’ riep iemand. ‘Chiyo, kom eens!’
Hij keek op en rende door een grote poort, langs een veld vol prachtige bloemen. Het paarse zonlicht scheen warm op zijn gezicht. Nu zul je denken, zonlicht is helemaal niet paars, maar hier was dat toch echt het geval.
‘Hallo!’ riep Chiyo.
‘Daar ben je!’
De stem klonk nu dichterbij. Een koude dame kwam op hem af.
‘Mijn naam is Akshaya.’
Ze schudde hem de hand. Een koude hand, met rimpels. Haar ogen lachten Chiyo echter vriendelijk toe. Hij haalde opgelucht adem.
‘Hoe weet u mijn naam?’
‘Omdat je hier al vaker bent geweest. Herinner je je dat niet?’
Chiyo schudde zijn hoofd.
‘Je stelde allerlei vragen, over grote mensen en over de wereld. Je vroeg of de hemel bestond en of die boven de wolken is. Je vroeg waarom grote mensen serieus zijn, en of je een aapje als huisdier kon hebben. Weet je dat nog?’
Chiyo keek de dame met grote ogen aan.
‘Je vertelde dat je later gelukkig wilde worden. En misschien dierenarts. Of brandweerman. Je was toen niet zo gelukkig, weet je dat nog Chiyo?’
‘Ja,’ mompelde de jongen.
‘Ben je nu wel blij?’
De oude dame keek hem vragend aan.
‘Ja,’ antwoordde Chiyo. ‘Maar ik wil geen dierenarts of brandweerman meer worden.’
‘Nee?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik wil clown worden.’
‘Clown?’
‘Ja, dan kan ik iedereen laten lachen.’
De oude vrouw glimlachte. ‘Dat lijkt me een mooi beroep, clown.’
Ze haalde een grote, rode neus uit haar jaszak. ‘Die heb je dan wel nodig, toch?’
Chiyo zette de neus op en trok een gek gezicht.
‘Zijn de mensen niet vrolijk dan, waar jij woont?’
‘Nee,’ zei Chiyo. ‘Vooral de grote mensen niet. Die lachen weinig.’
Een jongen van Chiyo’s leeftijd kwam aangerend.
‘Hallo, ik ben Diealtijdraardoet.’
‘Wat?’
De jongen imiteerde een zombie en barstte in lachen uit. ‘Ik doe altijd raar, snap je?’
‘Heet je echt Diealtijdraardoet?’ vroeg Chiyo ongelovig.
‘Ik heet Sam, maar ik vond deze naam veel leuker.’
Chiyo lachte. Hij vond het wel apart.
‘Hou zou jij willen heten?’ vroeg de oude Akshaya.
Chiyo dacht hard na, maar hij kon geen leuke naam bedenken.
‘Dieiedereenaanhetlachenmaakt,’ stelde de dame voor.
‘Ja!’
Chiyo maakte een sprongetje van vreugde. Toen keek hij plots bedenkelijk.
‘Maar waarom verzinnen jullie zulke rare namen?’
‘Omdat die soms meer over ons zeggen dan onze echte naam. We verzinnen ze zelf, daarom vertellen ze een ander veel over ons. En het gaat erom dat wij ons er goed bij voelen, toch?’ legde Diealtijdraardoet uit.
‘O,’ mompelde Chiyo. ‘Heeft u dan ook zo’n naam?’
De oude vrouw keek op.
‘Ja.’
Ze keek geheimzinnig om zich heen en fluisterde in Chiyo’s oor: ‘Diedoetwaarzezininheeft.’
Chiyo fronste zijn wenkbrauwen en de vrouw ging in het gras zitten, liet zich achterover vallen en rolde van de heuvel naar beneden.
‘Zie je?’ riep ze naar boven.
‘Ze doet waar ze zin in heeft, wat een ander daar ook van vindt,’ zei Diealtijdraardoet.
‘Ja, dat zie ik,’ grinnikte Chiyo.