Doodgewoon

Gepubliceerd in Editie Enigma

Lang geleden was de dood een geaccepteerd onderdeel van het leven. Het vormde geen ‘punt in de verre toekomst’, waarmee we ons pas bezighielden als het naderde. Het leven was hard, maar in harmonie met de natuur. Overleven, dat was pas echt een kunst. Moest je niet vechten voor je koning, dan stierf je misschien aan de pest of de griep. Er bevond zich een dunne lijn tussen leven en dood, maar wij veranderden die lijn in een dikke muur.

De dood is niet meer zo dichtbij, want er zijn steeds meer oplossingen en mogelijkheden. Er zijn medicijnen, operaties en bovendien wordt de mens steeds ouder. Deze luxe positie heeft gemaakt dat we de dood veelal negeren, tot hij grijnzend voor de deur staat. Als er iemand sterft, stort onze zogenaamd statische wereld in en realiseren we ons dat wij ooit ook aan de beurt zijn. In de verre toekomst, uiteraard.

Als een beroemdheid overlijdt, gebeurt er ook heel wat! De televisie, tja, die hadden ze lang geleden nog niet. De geluksvogels. Tegen de tijd dat koning A op de hoogte was van het overlijden van koning B, was het lichaam van de beste man al lang en breed aangevreten door kraaien, gieren en hyena’s. Met een beetje geluk lag alleen zijn kroon er nog. Tegenwoordig zijn we direct op de hoogte en dit lijkt nogal wat los te maken.

Ach, het is ook angstig als het zwarte monster doodleuk de woonkamer binnenwandelt. Zeker als je die heugelijke gebeurtenis liever ontkent, als zijnde een realistisch en logisch onderdeel van je eigen leven. Een logisch gevolg is het aapjes kijken en treuren om de dood van ‘die zanger uit Drenthe’, ‘de schrijver van dat bekende boek’ of ‘zij, die zelfmoord pleegde en ooit een grote hit had’. We rouwen alsof ons leven er van afhangt en dat zal vast ook zo voelen, want eigenlijk fluisteren we onszelf ondertussen toe: ‘Ik sta stil bij het overlijden van deze mensen. Als ik ooit doodga, doet iemand dat misschien ook wel voor mij. Zie je, ik zal niet vergeten worden en dus zal ik nooit echt ‘weg’ zijn.’

De ogenschijnlijk statische werkelijkheid wordt aan het wankelen gebracht, door de realiteit die ons toont dat we geboren worden, ziek kunnen worden en sterven. De natuur, waarmee we in onze moderne wereld vrijwel geen band meer onderhouden, laat ons met één druk op de knop weer even zien hoe het in elkaar steekt.

Tegenwoordig zou koning A vrijwel meteen na het overlijden van koning B een appje of mail ontvangen, of op Facebook lezen dat de klootzak gestopt is met ademen. Hij drukt op ‘like’ (onee, dat doen we niet in onze beschaafde wereld) en regelt een vlucht naar het betreffende land, om de plechtigheid bij te wonen. ‘Kijk eens!’ zeggen wij dan, terwijl we voor de buis hangen. ‘Koning B is zelfs aanwezig. De arme man ziet er niet uit. Hij staat vast op instorten en daar kan ik me alles bij voorstellen. Wat een verlies is dit. Echt verschrikkelijk.’ In werkelijkheid moet koning B nodig naar het toilet én heeft hij al jaren een affaire met de vrouw van koning A, waarmee hij vlak voor de plechtigheid eindelijk weer eens heeft kunnen neuken. Maar ach, dat vertellen ze er op televisie natuurlijk niet bij.