Er was eens…

Zo beginnen vele verhalen, die je vlak na deze befaamde woorden meenemen naar het verleden. ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Met die woorden eindigen de verhalen, die ons amuseren en vaak ook waardevolle lessen leren. Zelfs de afloop speelt zich duidelijk af in het verleden. Niet zo vreemd ook, want hoe kun je een verhaal vertellen dat nog niet afgelopen is? In deze prachtige sprookjes leeft men altijd nog lang en gelukkig, maar als jij het verhaal leest is de hoofdpersoon dood. Ja toch? Ze leven immers niet meer, vol geluk. Ze leefden, lang en gelukkig. Ooit. Feit is dat ze nu dood zijn, maar ja… dat klinkt toch iets minder gezellig.
Lang leve de mooie woorden, waarmee we de werkelijkheid omvormen tot een draaglijk schouwspel. ‘Er was eens…’ een kabouter die aan yoga deed, een kikker die een vliegtuig bouwde, een plant die praten kon. Wat maakt het uit? Het was er ‘eens’. Nou, geweldig! En nu? Wat is er nu, sprankelende sprookjesschrijvers?
‘Ja, nu doet de kabouter niet meer aan yoga.’
‘Waarom dan, mama?’
Moeder fronst haar wenkbrauwen en knikt dan.
‘Omdat het verhaaltje nu afgelopen is. Maar, de kabouter leefde nog lang en gelukkig! Dat is wel fijn, toch?’
‘Ja maar mama, wat deed de kabouter dan in die hele lange tijd?’
Moeder glimlacht.
‘Hij deed aan yoga en dat maakte hem héél gelukkig.’
Yeah right!
Het geeft natuurlijk wel rust, om jezelf te amuseren met een verhaal over iets dat al lang niet meer aan de orde is. Je hoeft niets op te lossen, niets te voorkomen… Dit is wat er gebeurde en ze leefden nog lang en gelukkig. Punt. Zo, nu kun je rustig slapen in de warme deken van je illusies. Heerlijk!
O, je wilt weten wat er echt gebeurde? Nou vooruit, ik zal het je vertellen.
‘Er was eens een grote groep mensen, en al die goede mensen vertelden elkaar de meest prachtige verhalen. Op een dag deed een gemene heks iets hun drankjes en de mensen vergaten dat het maar verhaaltjes waren. Ze luisterden ademloos en rilden van spanning, dansten van geluk en huilden van verdriet. Het was allemaal net echt! Gelukkig liepen de verhaaltjes altijd goed af en dat gaf de mensen een fijn gevoel. Wat er ook gebeurde, ze leefden uiteindelijk nog lang en gelukkig.
Totdat de heks opnieuw opdook en de vloek ongedaan maakte. De mensen keerden terug naar de werkelijkheid en wisten niet wat ze zagen. Ze bevonden zich op een uitgestrekt grasveld, tussen adembenemende groene heuvels. Er waren vlinders, die in vrijheid rondfladderden. Er was genoeg te eten en drinken voor iedereen en er klonk overal muziek. Het was één groot feest, maar de mensen waren nu oud en niet langer in staat te genieten van alle rijkdom om hen heen. Ze gingen op in de meest prachtige verhalen, zich niet bewust van de schoonheid die voor hun neus aanwezig was. Ze stierven, plots beseffend hoe diepgaand en hardnekkig hun onwetendheid al die jaren was geweest. Deze goede mensen leefden niet lang en niet gelukkig. Ze gingen snel en doodongelukkig dood. Helaas was het niet anders…’
Slaap lekker, lieverd.