Geschreven in water

Is er iets fijner dan een oud boek? Is er iets mooier dan een boek waarvan de bladzijden langzaam maar zeker vervagen en vergaan, totdat de geschiedenis subtiel verandert in slechts een schaduw van wat het ooit was? Hoe intrigerend is de verkleurde rug van een boek, de geur van vervlogen tijden en het verhaal dat schuilgaat achter een werk dat eeuwen heeft weten te overleven? Prachtiger dan een prachtig verhaal, vind ik de persoon die het verhaal ooit op papier heeft gezet. Wat te denken van de omstandigheden waarin die persoon wellicht verkeerde, de tijd die inmiddels slechts een herinnering vormt, de gevolgen die een tekst heeft gehad voor de auteur en voor zijn lezers? Is er iets fijner dan een oud boek, vraag ik, hoewel ik al weet dat er voor mij in elk geval weinig fijner is dan dat.
Een verzamelaar ben ik niet, omdat ik graag zo weinig mogelijk ‘bezit’. Mijn spullen zouden met gemak in een klein aantal dozen passen, maar van de spullen die ik heb kan ik ook echt genieten. Dat doe ik dan ook graag. Slechts zo’n acht oude boeken sieren mijn bescheiden collectie. Echter, dit stuk gaat niet over die boeken. Meer dan dat, gaat dit over vervlogen pareltjes en over mensen die ooit voet op deze aarde zetten. Mensen die feitelijk nog altijd voortleven, omdat hun woorden nog altijd worden gehoord. Hoe hartverscheurend is het, dat een John Keats op vijfentwintigjarige leeftijd kan overlijden: overuigd van het feit dat hij heeft gefaald? Hoe bizar is het, dat zijn woorden nog altijd hoofden en harten bereiken? ‘Here lies one whose name was writ in water,’ staat er op zijn grafsteen. Tja, wist hij veel.
Eigenaardig is het, om de woorden te lezen van iemand die – mede dankzij de meedogenloze critici – het overweldigende gevoel had dat al zijn reeds geschreven woorden ontoereikend waren. Vreemd is het, om woorden te lezen van iemand die al lange tijd niet meer op deze aarde is. Iemand die niet eens mijn zesentwintigjarige leeftijd bereiken mocht. Vereerd voel ik mij, als ik zijn ‘Ode to a Nightingale’ (oorspronkelijk ‘Ode to the Nightingale’) hardop lees. Ieder woord wil ik begrijpen, iedere uitspraak moet kloppen. Ik wil recht doen aan de onbeschrijfelijke pracht, die Keats ooit op papier zette. Ik wil mij in zijn schoenen wanen. Hardop lees ik het gedicht, bijna alsof hij mij horen kan.
Menselijkheid, daar houd ik van. De persoon achter een tekst, dat is wat mij intrigeerd. Ik lees geen klassiekers ‘omdat dat hoort’ en ik hoef niet te analyseren en bekritiseren, als een soort literatuur-God. Lezer, dat wil ik zijn. Ik wil niet invullen, niet vullen. Ik wil ruimte creëren, om een werk in al haar overgebleven glorie te kunnen bewonderen. Ik wil lezen, ontvangen, geraakt worden, voelen. Het idee dat een werk al door vele handen is gegaan, en door vele ogen is aanschouwd, maakt de ervaring nog intenser: alsof de energie van de auteur en de energie van de lezers zich ergens in het werk vermengen. Alsof het daarin opgeslagen ligt, en eeuw na eeuw op deze wijze voortleeft.
Here lies one whose name was writ in water… Water dat stroomt waar het stromen wil, omdat het stromen moet. In beweging, van verleden naar heden. Ongemerkt. Tijdloos. Perfect in al zijn imperfecties. En bovenal: ongekend krachtig in zijn ogenschijnlijke kwetsbaarheid.