Palais de l’agité, of Jeannettes Paleis van de Hectiek (deel 2)

Een nieuwe start
Op een vroege vrijdagochtend danste ik mijn sfeervolle kamer uit, naar de keuken waar Jeannette al bezig was met de voorbereidingen voor het ontbijt.
‘Bonjour!’ zong ik. ‘Ik heb een fantastisch plan. Fantastisch, dat beloof ik!’
‘Vertel, vertel.’
Ik nam haar de kaasschaaf uit handen en maakte het karwei met hernieuwde energie af.
‘Toen ik hier arriveerde had ik een frisse start nodig. Een nieuw begin. Ik zocht iets, zoals vele mensen die hier komen. Jij weet dat als geen ander. Maar ik dacht, is het niet tijd om de plek van de nieuwe start een nieuwe start te geven? Om het op te knappen en van jouw paleisje een echt paleis te maken!’
Ik schonk twee koppen koffie in en knikte.
‘Het moet van jou blijven, dat spreekt voor zich. De sfeer, de rommel…’
Ik knipoogde. ‘Maar een likje verf hier en daar, wat nieuwe meubels wellicht. Het zou iets kunnen toevoegen? En ik betaal het graag, maar misschien is het er tijd voor? Misschien mag ik jou dat schenken, als dank voor je gastvrijheid en de wijsheid en gezelligheid die je deelt met mij?’
Haar ogen glinsterden. Achteraf gezien vermoed ik dat ze mijn enthousiasme meer koesterde dan de plannen die ik zo vol overgave verkondigde. Toch ging ze direct akkoord, al wist ik als geen ander dat ze graag met haar ene been in het verleden en met haar andere been in het heden stond. Wie kon het haar kwalijk nemen?
Maar ze ging akkoord en dat was wat telde. De voorbereidingen waren dan ook al snel in volle gang. Haar grijsblauwe Peugeotje hielp ons bij het verzamelen van de noodzakelijke spullen. Verf, kwasten, rollers, behang. Noem het op en wij hadden het. Dames klussen immers op hun eigen manier en de tactiek der tactieken is het zekere voor het onzekere nemen. Dat deden we absoluut, dus er was vrij weinig dat kon misgaan.
Op een wat grauwe zondagmiddag begon ik met mijn werkzaamheden, in de hal waarin de gasten binnenkwamen. Je begrijpt dat het klussen ook heel wat rommel met zich zou meebrengen, maar ik had Jeannette beloofd dat er altijd maximaal één slaapkamer onbruikbaar zou zijn. Zo konden er gewoon gasten logeren. Ik zou de rommel ook beperken, iets wat Jeannette zelf gelukkig niet hoefde te beloven. Mevrouw rommelkont!
Terwijl mijn roller fanatiek over de muur gleed, genoot ik van de beeldschone kwetsbaarheid van Chopins Nocturne, Op. 9, No 1. Het waren de handen van Jeannette die het prachtige muziekstuk tot leven brachten, maar alles vervaagde naar de achtergrond als de muziek mijn oren binnendrong en mijn lichaam en geest beroerde. En de enkele keer dat Jeannette Chopin vergeten kon en het melancholische Quasi una Fantasia speelde, was er nimmer ruimte voor onrust of andere negatieve gevoelens. Beethoven, verreweg mijn favoriet. Maar het feit dat ze Chopin even loslaten kon, al was het slechts enkele minuten, ontroerde me. Op die momenten was alles goed, precies zoals het was. Een gevoel dat de mens gedurende zijn leven doorgaans niet vaak ervaren mag.
‘Kind, hier heb je iets lekkers.’
Jeannette zette een klein dienblad op het eikenhouten bijzettafeltje neer. Twee overheerlijke broodjes en een verse kop thee. Ik kwam gelijk van de ladder af.
‘Wat vind je ervan?’ vroeg ik.
‘Het wordt erg mooi, kind. Dank je wel! Het antraciet is magnifiek, en het behang met de sliertjes. Hoe noem je het? Golfjes? Dat vind ik zeer mooi!’
‘Gelukkig.’
Ik werkte nog wat oneffenheden weg en legde de roller even neer. Mijn maag knorde hevig. Jeannette nam een slokje water en knikte goedkeuren. Ze was blij met mijn inspanningen, zoveel was zeker. We kletsten even, over de de gasten en de tuin, de boodschappen die we straks in huis zouden halen en de spullen die ik nog nodig had voor mijn werk in en om het huis. Na een half uurtje verliet Jeannette de hal, om de kamers schoon te maken. Ik liep de huiskamer in, waar Jessy juist binnenkwam.
‘Wat was die muziek, daarstraks?’
Ze trok een vies gezicht.
‘Mais non! Dat meen je niet!’
Ik keek haar quasi-streng aan en schudde mijn hoofd. Dat was Chopin. En Beethoven!’
‘Wie?’
Ik slaakte een diepe zucht en knipoogde toen.
‘Er wordt niet in gezongen,’ zei Jessy, die haar schouders ophaalde.
‘Waar luister jij dan naar?’
‘Moderne muziek,’ zei ze, op een toontje dat haarfijn verduidelijkte hoe ze erover dacht.
‘Zoals?’
Ik wees naar de computer. Op internet was haar muziekkeuze snel gevonden. Drukke klanken galmden door de kamer. Een hoge mannenstem. Een flinke bas. Jessy veerde op en deed een gek dansje. Ik deed het dansje maar even mee, en stelde voor dat ze de muziek lekker hard zette. Dat liet ze zich geen twee keer vertellen. De beats sloegen onverbiddelijk om zich heen.
Al waren mijn jonge jaren amper gepasseerd, dergelijke muziek had mijn hart nooit kunnen bekoren. Toch, de stralende blik in Jessy’s ogen maakte alles goed. En we dansten samen, op de vreemde klanken en de onnavolgbare melodie. Ik was intens gelukkig toen ik mijn werk in de grote hal voortzette. Ik was gelukkig, ondanks het feit dat ik mijn werk voortzette onder het ‘genot’ van moderne hits. Het mocht de pret niet drukken.
De hal werd mooier en mooier, heel anders dan het enkele dagen geleden oogde. Wat een likje verf al niet kon doen! En ik bewoog me door het huis, dat stukje bij beetje toewerkte naar een nieuwe start. Soms hielpen de gasten me een handje, iets wat je op veel andere plekken nooit meemaken zou. Het was gezellig en dankbaar werk. Het werd er mooier van en ik vond het leuk om te doen. Iedereen was blij, Jeannette nog het meest. Langzaamaan leek ook zij klaar te zijn voor die frisse start. Alles wat haar maakte tot wie zij nu was zou voortbestaan, er zou slechts ruimte komen voor méér. En die ruimte kwam er. Absoluut!