Palais de l’agité, of Jeannettes Paleis van de Hectiek (slot)

Beroemde sprookjes eindigden veelal met deze veelzeggende zin. ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Een teken dat het verhaal ten einde was en tegelijkertijd een methode waarmee kinderen werd verteld dat de afloop altijd goed zou zijn, wat er ook aan voorafging. Mensen zeggen weleens dat alles uiteindelijk goedkomt en dat als het nog niet goed is, het dus nog niet het einde is. Dat vind ik wel een mooie gedachte.
Ik liet een hoop achter me toen ik uit Nederland vertrok en dat deed soms best pijn, maar het was nodig. Ik had het nodig. Jeannette daarentegen, hield vanuit liefde vast aan een tijd die lang vervlogen was. En de meesterwerkjes die zij op ‘haar Bechstein’ tot leven bracht, brachten haar grote liefde steeds opnieuw tot leven. Soms zag ik hem staan, in de keuken of naast de piano: Gerard, met een vredige en liefdevolle glimlach op zijn gezicht. Soms zag ik hem, maar voor Jeannette was hij er altijd. Overal en in alles aanwezig, zoals hij altijd was geweest; onlosmakelijk verbonden met haar bestaan, dat zonder hem alle schoonheid – alle betekenis – verloor.
Het huis knapte flink op en ik vond het een dankbare taak om die verantwoordelijkheid op mij te nemen. Het minste dat ik kon doen voor alle dagen dat ik sliep en at in Jeannettes Palais de l’agité. En ‘heel zen’, zoals sommigen zouden zeggen, want met elk stukje verf en behang liet ik stukjes los en achter me. Er ontstonden nieuwe stukjes, in andere kleuren. Hetzelfde en toch anders.
Er ontstond ruimte, er ontstonden mogelijkheden. En waar ik mensen soms schuwde, leerde ik hier meer dan ooit tevoren dat we als mens niet wezenlijk van elkaar verschillen. Niet in essentie, althans. Ik leerde op natuurlijke wijze wat het is om jezelf vanuit vrijheid met een ander mens te verbinden. Ik leerde op natuurlijke wijze, zoals de tomaten in de moestuin natuurlijk groeide: in hun eigen tempo en zonder moderne middelen.
Nu ik terugkijk zijn we vele jaren verder. Jeannette overleed in 1998. De tijd is gevlogen. Bizar wel! Haar ‘Paleis van de Hectiek’, zoals ik het liefkozend noemde, is er nog. Het is mijn thuis, nog steeds. Ik vond mijn thuis, daar in de heuvels die in de verte lonkten, dankzij de forse dame die in dat kleine café ongevraagd naast mij neerstreek.
Goddank deed ze dat. Goddank.
Jeannette, je ne vous oublie pas. Et votre palais de l’agité…
Merci de tout coeur.
Philine