Sathya II

Hij drukte de dop zorgvuldig op de zwarte viltstift en knikte goedkeurend.
‘Klaar!’
(Ik had natuurlijk onraad moeten ruiken toen hij dit zei. Khyentse, die mij ooit anderhalf uur lang probeerde bij te brengen waarom er helemaal niet zoiets bestaat als ‘een einde’ en ‘een begin’. Glazig had ik hem aangekeken, waarop hij met een bewonderenswaardige dosis geduld opnieuw begon en mij ijverig trachtte te bevrijden uit het web der onwetendheid).
‘Ja?’ antwoordde ik echter, met kolossale oogkleppen op.
Hij reikte me het papier aan, dat ik gretig en dankbaar in ontvangst nam. Ik was niet langer in staat mijn nieuwsgierigheid te verbergen. Mijn blik danste over het blad, maar de dans was spoedig ten einde. Ik schudde mijn hoofd en keek Khyentse aan.
(Vragend, maar dat zag je vast al aankomen).
‘Khyentse, het spijt me. Ik, ik… Zou u het, eh… Zou u dit kunnen toelichten?’
Hij fronste zijn borstelige wenkbrauwen. ‘Niet nodig! Het is niet complex. Jij vroeg mij met jou te delen wat ik weet… Dit is wat ik weet.’