Speelruimte (deel 2)

‘Silas,’ zei ik, terwijl ze mijn hand nog altijd schudde.
‘Ik ken niemand die Silas heeft,’ zei ze. ‘Mooie naam.’
We naderden een grote boom, die de open plek sierde met zijn takken en prachtige bladeren. Gabriëlla rende ernaartoe en ging in het gras zitten. Aarzelend volgde ik haar voorbeeld en keek omhoog, naar de machtige boom die meters boven mij uit torende. Ik kon me voorstellen dat ze hier graag zat. Het was een prettige en rustige plek, die je de bewoonde wereld bijna deed vergeten.
‘Weet je wat ik hier zo mooi aan vind?’ vroeg ze.
Ik keek op.
‘Dit…’
Ze stond op, stak haar armen in de lucht en keek naar de wolken boven haar hoofd.
‘AAAAAAAAAAAAAAHHHHHHHHH!’ schreeuwde ze plots.
Ik sprong op en Gabriëlla barste in lachen uit.
‘Wat schrik je snel, stille Silas.’
‘Vind je het gek!’
‘O, hij kan praten. Krijg nou wat!’
Ze deed een raar dansje en keek me geamuseerd aan.
‘Waarom deed je dat?!’
‘Omdat ik daar zin in had,’ zei ze lachend. ‘Er is geen betere reden, toch?’
‘Geen betere reden om te schreeuwen?’
‘Om wat dan ook te doen.’
Ze ging weer zitten en vouwde haar handen plechtig ineen.
‘Het spijt me dat ik je liet schrikken. Soms heb ik zin om te schreeuwen en dan moet dat er even uit. Het is heel gezond hoor!’
Hoofdschuddend sloot ik mijn ogen.
‘Je zou het ook eens moeten doen.’
‘O, ben je hier om me van psychologisch advies te voorzien?’ vroeg ik vinnig.
Ze zweeg en ik voelde me direct schuldig.
‘Sorry…’
Het bleef stil.
‘Je bedoelde het vast goed. Het spijt me dat ik zo bot uit de hoek kwam.’
Ze keek op, maar zei niets.
‘Ah, wacht! Ga jij nu niets meer zeggen? Is dat het?’
Ik knikte begrijpend en stond op.
‘Het is een spelletje. Ik snap het al! Nu zeg jij niets meer, zodat ik ervaar hoe het is als iemand zwijgt en je feitelijk in jezelf praat. Ik begrijp het. Wat een waardevolle les. Dank je wel, Gabriëlla. Ik ben zo blij dat wij elkaar ontmoet hebben en dat jij mij dit inzicht meegeeft. Ik had het zelf niet kunnen bedenken, maar ik ben nu eenmaal niet zo bijdehand.’
Ik liep in rondjes om de boom heen en schudde mijn hoofd. ‘Het is toch uiterst prettig dat ik dit nu ervaar. Silas, koester deze les! Neem dit mee en doe er je voordeel mee in het dagelijks leven. Negeer vreemden niet, negeer niemand. Praat eens van je af, vraag iemand eens iets. Toon eens interesse en dan zullen mensen er ook voor jou zijn. Je kunt je niet je leven lang afzonderen, Silas! Nee! Foei! Leef je leven, want het is zo prachtig!’