Speelruimte (deel 5)

Hand in hand verlieten we het bos, dat zich langzaam in duisternis onderdompelde. Het bakje dat voorheen mijn favoriete plekje was, had ik al een hele tijd niet meer van dichtbij gezien. Ik ging niet meer richting het bos, maar het bos in: soms met Gabriëlla en vaak ook alleen. Met haar goedkeuring had ik opeens een nieuwe favoriete plek. Op de heuvel, achter het vroegere clubhuis, bracht ik al vele uren door. Nu hadden we er sinds lange tijd samen weer eens gezeten en dat deed me goed. Het begon te regenen, maar het gespikkelde monster was geen deel meer van mijn leven.
‘Dit is nu wat je regen noemt,’ zei ik, terwijl ik een poging deed om serieus te kijken. ‘De druppels kunnen in grootte verschillen, maar één ding is zeker: je wordt er nat van.’
‘Is het werkelijk?’ vroeg Gabriëlla quasi verrast.
‘Jawel, beste dame. Jawel! Vindt u het niet prachtig?’
Ze knikte en barste toen in lachen uit. Ook ik kon een glimlachje niet onderdrukken.
‘Zullen we ergens een hapje gaan eten?’
‘Ja, dat lijkt me wel wat,’ antwoorde ik. ‘Waar heb je zin in?’
‘Poffertjes!’
Hoofdschuddend bleef ik staan. ‘Ik had het kunnen weten!’
‘Inderdaad.’
Ik keek op en grijnsde.
‘Weet je wat, ik heb een beter idee. Kom!’
‘Waar gaan we heen?’
‘Kom nou maar gewoon. Je hebt toch niets beters te doen.’
Ze keek me quasi beledigd aan en knipoogde toen.
‘Oké, meneer. U vraagt en wij draaien. Ik ben zeer benieuwd waar u mij op deze heugelijke avond mee naartoe neemt. Als ze er lekker eten, ben ik helemaal gelukkig.’
‘Dan komt het vast goed, beste dame.’
Ik maakte een theatrale buiging en we stapten de auto in. Nadat ik Gabriëlla bij haar voordeur afzette, reed ik de stad in om eten te halen. Het was druk, maar niets kon mijn goede humeur verpesten. Toen ik eindelijk aan de beurt was, vroeg een ietwat chagrijnige dame mij wat ik wilde hebben.
‘Een glimlach!’ zei ik, voordat ik er erg in had. ‘En twee Happy Meals.’
Met de vrolijke maaltijden in mijn hand en een lach op mijn gezicht keerde ik terug. Gabriëlla lag in een deuk, toen ik haar liet zien wat we gingen eten. Eén ding is zeker: genieten deden we zeker. Het was een fijne avond, die mij deed beseffen dat al die vermoeiende mensen gelijk hadden. Het leven was mooi en de moeite waard, alleen kun je dat als mens niet op ieder moment zo zien. Soms zit het tegen, soms zijn de druppels groot, maar ook dat hoort erbij. Het maakt dat we de mooie en fijne momenten alleen maar nóg meer kunnen waarderen.
‘Ik ga er vandoor,’ zei ik, laat die avond. ‘Ik zie je snel, oké?’
‘Tuurlijk! Het was gezellig, mister Happy Meal.’
Lachend begaf ik me naar de deur.
‘Dat vond ik ook.’
‘Zie je snel!’
Ik stapte de auto in en reed terug naar het bos. Het was donker, maar droog. De stilte verwarmde mijn hart en ik genoot van de frisse lucht en de wandeling naar mijn nieuwe favoriete plekje. De heuvel lag er verlaten, maar nog altijd sterk en vredig bij. In de verte zag ik vele lichtjes, maar die chaotische, bewoonde wereld deed me plots wat onwerkelijk aan. Ik rekte me uit, stak mijn armen de lucht in en bestudeerde de prachtige wolkendeken boven mijn hoofd.
‘AAAAAAAAAAAAAAHHHHHHHHH!’ riep ik toen. Gewoon omdat ik daar zin in had.
Er is geen betere reden, toch?