Uitvlucht (deel 3)

In het pension trof ik Pete in de keuken aan. Hij sneed een komkommer en floot opgetogen mee met de klassieke tonen die de radio produceerde. Ik keek toe en schoot in de lach.
“Je bent terug,” zei hij, toen hij zich omdraaide.
“Ja.”
“Heeft Mathias je iets meer kunnen vertellen?”
Ik ging aan de keukentafel zitten en Pete schoof aan. “Ja…’ zei ik, ‘ze sliepen niet met elkaar maar ze hadden wel iets bijzonders. Ze voelde een diepe liefde voor elkaar, zo vertelde hij.”
Pete keek me bezorgd aan en streek met zijn hand door zijn haren.
“Mijn moeder hield haar ziekte voor hem verborgen,” zei ik in tranen. “Ik begrijp dat wel. Ik denk niet dat ze wilde dat hij medelijden met haar zou hebben. Ze wilde misschien dat hij haar zag zoals ze was, los van haar ziekte…”
“Dat zou best wel eens zo kunnen zijn,” antwoordde Pete.
“Maar waarom maakt dat me dan boos? Ik bedoel, ergens begrijp ik niet waarom ze zo voorzichtig met hem was. Bovendien hoorde niet bij ons, hij kende haar net! Maar hij kreeg de liefdevolle en levenslustige Helga en wij kregen de zieke, in zichzelf gekeerde Helga.”
Ik schudde mijn hoofd. “Ik weet hoe onvolwassen dat klinkt, maar zo voelt het nu even…”
Pete hield me vast en streek met zijn hand over mijn rug. Ik huilde en mijn tranen druppelden op zijn schouder. Ik wilde niet boos zijn. Niet meer. Ik was al te lang in de war.
“Ik wil niet boos op haar zijn Pete, dat verdient ze niet,” zei ik zacht en wreef in mijn ogen.
“Dat komt wel, Sarah,” fluisterde hij. “Dat komt wel.”
“Ik ben zomaar weggelopen, bij Mathias.” Ik snoot mijn neus. “Ik moet teruggaan…”
“Bel hem op en vraag of je morgen terug kunt komen. Hij begrijpt vast wel dat dit veel met je doet.”
“Ja…” Ik keek Pete beteuterd aan en knikte. “Ik neem even een douche en zal hem zo opbellen.”
“Goed zo.” Hij glimlachte, een warme glimlach.
Gedachteloos stapte ik onder de douche en verwende mezelf met een heerlijk geurende douchegel. Mijn lichaam ontspande wat, maar mijn ogen waren dik en rood. Ik bekeek mezelf in de spiegel en haalde mijn schouders op.
“Houd toch een op met bang zijn!” beet ik mezelf toe. “Je moet de waarheid ooit leren accepteren.”
Mijn spiegelbeeld zei niets. Ik sloeg een handdoek om me heen, belde Mathias op en vroeg hem of ik de volgende dag nog eens langs kon komen. Gelukkig stemde hij direct toe.

Lieve Mathias,

Dank je wel voor de lieve woorden in je brief. Ik weet niet wat ik zeggen moet. Je woorden raakten me. Ik heb ook erg genoten van onze tijd samen en het doet me nog altijd pijn dat die tijd alweer voorbij is. Ik vond het fijn om met je praten, want jouw kijk op de wereld veranderde míjn wereld. Je zag zoveel moois en goeds in mij, dingen die ik al lang niet meer zag in mezelf. Dat had ik nodig en ik hoop dat ik iets dergelijks ook voor jou heb kunnen betekenen, want je verdient niets minder dan dat.

Ik heb nog eens nagedacht over wat je me vertelde toen we samen de waterval in Vøringsfossen bezochten. Je sprak toen over vergankelijkheid en vertelde me dat niets werkelijk verdwijnt, maar slechts een andere vorm krijgt. Ik wil graag geloven dat dat zo is, want dat zou me veel rust geven. Ik heb nooit echte rust gekend. Ik was altijd bezig en nam nooit wat tijd voor mezelf. Dat is soms ook lastig als je een gezin hebt. Jij hebt geen kinderen maar geloof me; hoe oud ze ook worden, de zorgen worden nooit minder. Ik vind het ook nog steeds moeilijk om te bemerken dat ik mezelf zo in mijn kinderen herken.

Zo is mijn jongste dochter Ryanne een echte rusteloze ziel. Nooit neemt ze de tijd om eens te gaan zitten en niets te doen. En dan Sarah. In haar herken ik een heel ander deel van mezelf. Het afwezige en de angst voor het leven. Ik hoop dat ze dat eens achter zich zal kunnen laten, want ik was net zo en mij heeft het weinig gebracht. Sinds enkele maanden heb ik pas werkelijk kunnen leven en daar is heel veel voor nodig geweest. Soms lijkt het wel alsof je wereld eerst moet instorten, voordat je kunt zien wat werkelijk belangrijk is in het leven. Ik wil zoveel beters voor mijn kinderen. Ik zou ze zo graag beschermen tegen al die pijn, maar ik weet dat ik dat niet kan. Uiteindelijk moeten ze het allemaal zelf doen. Pas sinds kort realiseer ik me dat er geen uitvlucht is. Je wordt geboren en je moet een leven opbouwen, je wordt een schepper en draagt verantwoordelijkheden. Je kunt er niet van wegvluchten en soms is er een levensbedreigende situatie voor nodig, eer je beseft hoe mooi het leven eigenlijk is. Wegvluchten van de realiteit is niet nodig, want zelfs de grootste ramp en de meest hartverscheurende pijn kun je aan. Het maakt je sterker en groter dan je ooit dacht te kunnen zijn. Ik hoop, vanuit het diepst van mijn hart, dat Sarah dat zal inzien. Dat ze op een dag wakker wordt en begrijpt dat het leven geen straf is, maar een geschenk. Ik had nooit gedacht dit zelf nog eens te zeggen, maar in iedere vezel van mijn lichaam voel ik de waarheid van deze woorden. Het leven is een geschenk dat je tijdelijk wordt gegeven. Het is kostbaar en mooier dan men doorgaans kan inzien.

Vergankelijkheid, daar had ik het al eerder over. Als je dat oprecht denkt, is dat dan van toepassing op ieder aspect van het leven? Hoe kijk je dan terug op onze tijd samen? Heeft dat dan ook alleen maar een andere vorm gekregen? Voor mij voelt het verdwenen, want ik kan niet meer met je praten zoals we dat toen deden. Ik heb alleen nog mijn herinneringen. Maar in mijn gedachten ben je nog altijd bij me, lieve Mathias. Ik hoop dat het goed met je gaat.

Helga

Met tranen in mijn ogen legde ik de brief op tafel en keek Mathias aan.
“Ze hield echt van je,” mompelde ik.
“En ik van haar,” zei Mathias en er verscheen een spijtig glimlachje op zijn gezicht.
“Zonder dat je het wist heb je haar geholpen bij het afscheid nemen. Ze schrijft over vergankelijkheid en dat soort dingen. Daar had ze het vroeger nooit over.”
Mathias nam een slokje van zijn koffie. “Ik hoop dat ik dat heb kunnen doen…” zei hij zacht.
Ik pakte nog een brief van tafel, nieuwsgierig naar wat die mij zou vertellen. Haar woorden waren zo liefdevol en zo wijs. Ik had nooit zoveel wijsheid in mijn moeder gezien. Slechts haar fouten vielen me op. De keren dat ze er niet voor me was omdat ze andere dingen te doen had. De ruzies tussen mijn ouders en de kille manier waarop mijn moeder daarmee omging. Deze brieven lieten mij een heel andere kant van haar zien. Een kant die ik nog niet kende.
“Dit is de laatste brief die ze me schreef.” Hij wees op de brief die ik in mijn hand had. “Daarin zul je misschien antwoorden vinden.”