wc-papier en andere eigenaardigheden

Mensen zijn gewoontedieren, zegt men weleens. Je zou ook kunnen spreken van een ritueel, bijvoorbeeld na het opstaan. Misschien ga jij eerst naar het toilet, dan douchen en dan ontbijten. Misschien pak je liever eerst een kop koffie en kruip je achter de computer. Enfin, we hebben allemaal onze gewoontes. Dat is ook helemaal niet erg, want het maakt ons mens. Kennelijk zijn wij op aarde gezet met een heel hoop nuttige, maar tevens minder nuttige eigenschappen. Gewoontes horen wellicht thuis in die laatste categorie. Hoewel… Misschien heeft het te maken met een aangeboren drang tot overleven. Suvival of the fittest. Wie zal het zeggen?
Dat ik gewoontes heb, zal ik niet snel toegeven. Het is voor mij bijna als zeggen dat ik overgeleverd ben aan een lot, een vaststaand pad, een plan waarop ik geen invloed kan uitoefenen. Het is net alsof we als mens allemaal hetzelfde zijn, en dat ontken ik soms liever. Wat echter wel bijzondere vormen aanneemt, is mijn liefde voor toiletpapier. In feite heb ik niet echt liefde voor het papier, maar ik gebruik het als zakdoekje. Welk kledingstuk ik ook aantrek: een stukje wc-papier is vijwel altijd van de partij. Het heeft een voordeel, want meestal gebruik ik het niet eens. Mocht het toiletpapier opeens op zijn, dan heb ik altijd nog een vers voorraadje. We hebben het overigens niet over een klein stukje, want soms trek ik zonder blikken of blozen met gemak een halve rol wc-papier uit mijn jaszak. Waarschijnlijk was ik ooit verkouden, en had ik geen zakdoekjes bij me. Of misschien heb ik eens op iemand, of iets, geniest. Per ongeluk, uiteraard. Dat was vast een pijnlijk moment, maar ik kan het me niet herinneren.
Verder heb ik absoluut geen vreemde gewoontes. Wat ik wél met enige regelmaat doe, is nuriën als ik me niet op gemak voel. Het gaat vanzelf, en ik weet eigenlijk niet eens of het helpt… Dat is het aparte van een gewoonte: het is een automatisme, net als wakker worden en naar de keuken rennen voor koffie. Ook daar ben ik gedreven in. Staat de wereld op zijn kop zonder koffie? Nee. Kan ik ook wakker worden zonder dat zwarte goedje? Zeker weten, want dat heb ik meerdere malen (soms vrijwillig en soms vanwege een gebrekkig inkoopbeleid) uitgeprobeerd. Toch sta ik prettig op, als ik weet dat ik slechts een minuut of twee verwijdert ben van een heerlijk kopje koffie. Wat ik ook vreemd schijn te doen, is het schudden van bijvoorbeeld een vers pak drinken. Ik schud dat voor me uit, met de bovenkant op de vloer gericht. Dat schijnt heel lachwekkend te zijn, maar ik doe het altijd zo. Een gewoonte dus…
Misschien zijn we wel gewoontedieren, en misschien is het tijd dat ik dat erken. Zou het echter niet zo kunnen zijn dat het veelal met een gebrek aan aandacht te maken heeft; iets doen zonder bewustzijn, zonder oog te hebben voor waarmee je bezig bent? ‘Gewoonte’ klinkt misschien wel leuker, maar het klinkt ook alsof je dat dus maar lastig kunt afleren. Een gebrek aan aandacht, daaraan kun je iets doen. Nu meteen. Gewoontes hebben echter wel een voordeel: je kunt er nog eens een column over schrijven.